Pensioenfondsen hebben de mond vol van duurzaam en voor de lange termijn beleggen. FD Energie Pro vroeg de grote pensioenfondsen wat dat betekent voor hun beleggingen in olie, kolen en gas. Maar over hun beleggingen in fossiele energie zwijgen de pensioenfondsen liever. ‘Als je duurzaamheid belangrijk vindt als pensioenfonds, dan moet je dat ook concreet maken.’

‘Duurzaamheid en langetermijnbeleid hóren eigenlijk bij pensioenfondsen,’ zei Else Bos, bestuursvoorzitter van pensioenuitvoerder PGGM, dit jaar in een interview in het FD.

Ook ABP, Nederlandse grootste pensioenfonds, legt veel nadruk op de lange termijn. ‘Verantwoord beleggen betekent dat we bij het beoordelen van alle beleggingen rekening houden met zaken als klimaatverandering, kinderarbeid en arbeidsomstandigheden,’ schrijft ABP op zijn website. ‘Dit leidt tot betere resultaten, omdat bedrijven die serieus maatschappelijk verantwoord ondernemen naar verwachting beter presteren op de lange termijn.’

Beleggen in duurzame energie

De lange termijn zit inderdaad vanzelfsprekend ingebakken in het Nederlandse pensioenstelsel. Wie nu op zijn 25 een pensioen begint op te bouwen, hoopt van zijn zeventigste tot zijn negentigste van zijn pensioen te genieten. Zijn pensioenfonds belegt in zijn geval dus voor rendement in de jaren zestig en zeventig van deze eeuw.

Met bovenstaande ambities lijkt het logisch dat pensioenfondsen hun geld zetten op duurzame energie uit zon en wind en water in plaats van aardolie, aardgas en kolen. Fossiele energie is immers eindig en steeds minder maatschappelijk geaccepteerd. Niet alleen vanwege smog, milieuvervuiling en klimaatverandering, maar ook om geopolitieke redenen. Veel landen willen namelijk niet meer afhankelijk zijn van dubieuze regimes die met olie- en gasdollars in het zadel blijven.

Wanneer wereldleiders bovendien hun gezamenlijke belofte om de gemiddelde temperatuurstijging te beperken tot 2 graden (tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen in 2009) omzetten in beleid, dan moet het grootste deel van alle olie- en gasreserves in de grond blijven. Deze dreiging van een carbon bubble of stranded assets vormt een groot risico voor de waarde van beleggingen in fossiele energie. Beleggen in duurzame energie lijkt veel logischer voor pensioenfondsen.

Shell

Alle aandelen in de fossiele energiesector per direct verkopen, zoals groene activisten als Marjan Minnesma van actieorganisatie Urgenda betogen, hebben de pensioenfondsen echter nog niet gedaan. ABP (belegd vermogen: 324 miljard euro) en PGGM (belegd vermogen: 167 miljard euro) denken nog niet zonder deze aandelen te kunnen. In juli van dit jaar maakte APG, de vermogensbeheerder van ABP, zelfs expliciet duidelijk investeringen in fossiele energie nog niet af te stoten. Tegelijkertijd zei het pensioenfonds niet te investeren in windenergie vanwege te onzekere rendementsverwachtingen.

Dat pensioenfondsen de fossiele sector nog niet de rug toekeren, is niet zo gek. Fossiele-energieaandelen zijn altijd goed renderende beleggingen geweest. De aandelen fluctueerden weliswaar, maar bleven per saldo gestaag stijgen. De wereld heeft nu eenmaal steeds meer energie nodig. Bovendien keren fossiele energiebedrijven als Shell ieder kwartaal een mooi dividend uit aan hun aandeelhouders.

Als grootaandeelhouder kunnen de pensioenfondsen echter wel eisen stellen aan de bedrijven waarin ze beleggen. Wat doen de pensioenfondsen er aan om energiebedrijven te bewegen tot het overgaan op duurzame energie? In het bijzonder Nederlandse grootste fossiele energiebedrijf Shell? Voor zover bekend heeft ieder groot pensioenfonds Koninklijke Olie in zijn portefeuille.

‘Waar ABP in belegt is eigenlijk niet te volgen.’

Jochem Sprenger (30), een ambtenaar op het Ministerie van Economische Zaken, is zo’n jonge deelnemer aan pensioenfonds ABP. Hij heeft zijn pensioengeld pas in de tweede helft van deze eeuw nodig. Om invloed te kunnen uitoefenen heeft hij dit jaar zitting genomen in het Verantwoordingsorgaan ABP, een organisatie van werknemers, werkgevers en pensioengerechtigden. Als één van de vijf gekozen leden (na een verkiezing door pensioendeelnemers- en gerechtigden) van de Lijst voor Onafhankelijk Pensioentoezicht (LvOP) praat hij mee over het beleid van ABP.

Sprenger zit er niet alleen voor zijn oude dag ‘Je werkt bij de overheid om de maatschappij beter te maken. 20 procent van mijn loonkosten gaan naar mijn pensioen. Ik wil dat de maatschappij daar ook beter van wordt.’ ‘Wij willen dat het ABP de lange termijn in ogenschouw neemt,’ vat hij het doel van de LvOP samen. De hoogste prioriteit van de LvOP is transparantie.

Jaarlijkse lijst

De enige informatie is een jaarlijkse lijst, waarin staat welke aandelen ABP in december had. ‘ABP belegt in Shell, ExxonMobil en andere grote petroleummaatschappijen, maar hoeveel staat er niet in. Bovendien kan het een dag later veranderen. Waar ABP in belegt is eigenlijk niet te volgen,’ zegt Sprenger.

Ten tweede zou de LvOP deelnemers de keuzevrijheid om een duurzaam of fossielvrij pensioen te kiezen willen geven. Ten derde wil Sprenger weten wat het ABP er als grootaandeelhouder er aan doet om oliemaatschappijen te bewegen tot investeren in duurzame energie. ‘Ze zeggen dat ze duurzaamheid achter de schermen onder de aandacht brengen, maar het wordt nooit concreet.’

Hij heeft geen idee hoe ABP zijn invloed aanwendt. ‘Is dat een e-mail, een brief met honderd handtekeningen of gaan ze één keer per jaar langs. Ik zou het graag willen weten, maar dat is volkomen onduidelijk. Als je duurzaamheid belangrijk vindt als pensioenfonds, dan moet je dat ook concreet maken.’

De LvOP wil de ABP-bestuurders met een opdracht naar het management van oliebedrijven als Shell sturen. ‘Shell zou zijn inspanningen op het gebied van duurzame energie moeten verdubbelen om essentieel te blijven.’ Pas als Shell doof blijft voor deze verzoeken, zou het ABP met de voeten moeten stemmen en zijn aandelen van de hand moeten doen, vindt Sprenger.

‘Verspilling van mijn tijd’

De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), waarbij grote beleggers als ABN Amro, Aegon, ASN Bank en pensioenfonds Zwitserleven zijn aangesloten, probeert Nederlandse beursgenoteerde bedrijven al 18 jaar op een duurzame koers te krijgen. Op de vraag wat hij vindt van Shells strategie op het gebied van duurzame energie, reageert voorzitter Giuseppe van de Helm met een ironische tegenvraag: ‘Is er een duurzame strategie dan?’

Van de Helm zou Shell graag een rol zien spelen in de overgang naar duurzame energie.

‘Shell moet zich afvragen: hoe kunnen we hier onze schouders onder zetten. De energietransitie vindt nu plaats ondanks Shell. Een bedrijf dat zo groot is, zo veel kennis in huis heeft, zo goed is ingevoerd in de politiek en wiens scenario’s over de hele wereld worden gelezen, heeft wel degelijk een rol te spelen.’

De VBDO heeft enkele symbolische aandelen Shell om toegang tot de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering te krijgen en stelt daar vragen over duurzaamheidsbeleid. Maar Van der Helm reist zelf niet meer af naar het Circustheater in Scheveningen, waar de aandeelhoudersvergaderingen van Shell plaatsvinden. ‘Ik ga er niet meer naar toe. Het is een verspilling van mijn tijd.’

ABP wacht af

ABP zelf wil niet kwijt hoe het tegen Shells langetermijnstrategie aankijkt, reageert woordvoerder Harmen Geers van APG. ‘Uit overleg met de beleggers komt naar voren dat zij eerst willen wachten op het afronden van de review van de 150 business units door de nieuwe CEO van Shell,’ laat hij weten, ‘om te zien hoe hij de nieuwe strategie – ook ten aanzien van renewables – vorm zal geven. Dit verzoek komt wat ons betreft dan ook nog te vroeg.’

Over duurzame energie in het algemeen zwijgt APG niet, benadrukt Geers. APG belegt bijvoorbeeld in waterkrachtcentrales. ‘We hebben beleggingen in praktisch elke vorm van duurzame energieopwekking.’ APG heeft voor 14,5 miljard euro aan duurzame beleggingen in portefeuille (totale belegde vermogen: 374 miljard euro).

Ook het Spoorwegpensioenfonds (belegd vermogen: ongeveer 15 miljard euro) wil zijn vingers niet branden aan een langetermijnvisie op zijn beleggingen in de fossiele energie-industrie. ‘Wij beoordelen elke beleggingscategorie in onze aandelenportefeuille op rendement en risico,’ reageert woordvoerder Hennie Zoontjes. ‘Energie is daar geen uitzondering op.’

PGGM is nog niet toe aan conclusies

Else Bos van PGGM ten slotte is eveneens niet te verleiden haar ambities op het gebied van duurzaamheid en lange termijn te concretiseren als aandeelhouder van Shell. ‘Daar werkt Else Bos niet aan mee,’ antwoordt Wout Dekker, directeur Corporate Communicatie van PGGM. ‘Ons beleid is dat we ons niet uitlaten over andere ondernemingen.’

PGGM belegt stevig in fossiele-energieaandelen. De lijst met beleggingen van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, waarvoor PGGM het vermogensbeheer uitvoert, bevat een rij met bijna 150 fossiele-energiebedrijven. De belegging in Shell is relatief klein: 157 miljoen euro, minder dan een promille van PGGM’s totale belegde vermogen van 167 miljard. PFZW belegt voor een half miljard in ExxonMobil.

Over deze fossiele beleggingen wil PGGM nog niets kwijt. ‘We zijn volop bezig duurzaamheidsprincipes te ontwikkelen die in het kader van verantwoord beleggen kunnen worden toegepast,’ zegt Dekker. ‘Als het gaat om de productie van fossiele energie zijn wij niet toe aan conclusies.’

Mark van Baal, FD Energie Pro, 2 september 2014